Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
4 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag inzake rijden onder invloed van MDMA en het veroorzaken van gevaar op de weg door plotseling van rijstrook te wisselen en tegen obstakels te rijden.
De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur en een geheel voorwaardelijke geldboete van € 850. In cassatie werden klachten ingediend over het bewijs en de uitvoering van het bloedonderzoek, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar vond dit, gelet op de lichte straf, geen aanleiding voor een ander rechtsgevolg.
Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de straf van taakstraf en voorwaardelijke geldboete blijft in stand.