Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
4 november 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte was veroordeeld voor medeplegen van beroeps- of bedrijfsmatig telen van een grote hoeveelheid hennep en diefstal van elektriciteit.
De verdachte stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder een klacht over de bewijsvoering omtrent de diefstal van elektriciteit en een klacht over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. De Hoge Raad verwierp de klachten over de bewijsvoering zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Wel werd het middel over de overschrijding van de redelijke termijn gegrond verklaard. De stukken waren te laat door het hof ingezonden, waardoor de redelijke termijn werd overschreden. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 180 uren naar 171 uren, met een subsidiaire hechtenis van 85 dagen in plaats van 90.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verwierp het beroep voor het overige. Hiermee werd de straf aangepast zonder inhoudelijke wijziging van de veroordeling.
Uitkomst: De taakstraf werd verminderd van 180 naar 171 uren en de vervangende hechtenis van 90 naar 85 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.