Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
4 november 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het vervoeren van bijna 2 kilogram cocaïne, waarbij het hof op basis van bewijs zoals de vondst van een professioneel aangebrachte verborgen ruimte met vier gesealde blokken cocaïne het opzet van verdachte aannam.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof, met name over het motiveren van het bewezenverklaarde en het opzet. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd dat verdachte opzet had op het vervoeren van de cocaïne. De klachten van het cassatieberoep leiden niet tot cassatie van het bewezenverklaarde.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn was overschreden. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden naar elf maanden en twee weken.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafoplegging en wees het cassatieberoep voor het overige af.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd naar elf maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn, cassatieberoep verder verworpen.