ECLI:NL:HR:2025:1642

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
24/01702
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.1.a SrArt. 81.1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak heling elektrische fiets en step

In deze strafzaak stond de heling van een elektrische fiets en een elektrische step centraal, waarbij verdachte werd vervolgd op grond van artikel 416, lid 1, onder a, van het Wetboek van Strafrecht. Het gerechtshof Amsterdam had op 5 april 2024 een arrest gewezen waarin verdachte werd veroordeeld. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De klachten van de verdachte richtten zich onder meer tegen de bewijsvoering en de motivering van het hof, met name het verweer dat verdachte ten tijde van het voorhanden hebben niet wist of kon vermoeden dat de goederen door een misdrijf waren verkregen. Ook werd aangevoerd dat de bewezenverklaring was gebaseerd op redengevende omstandigheden die niet in de bewijsmiddelen waren vermeld.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij werd verwezen naar artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat bepaalt dat de Hoge Raad niet hoeft te motiveren waarom hij tot zijn oordeel komt indien de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarnaast is ingegaan op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, waarbij de eisen aan de schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen van cassatieberoep werden besproken, waaronder de rol van de advocaat en de griffiemedewerker bij e-mailcommunicatie, en de correcte vermelding van cassatieberoep in plaats van hoger beroep.

Het arrest is op 11 november 2025 gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman. Het beroep is verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01702
Datum11 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 april 2024, nummer 23-002270-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Kuipers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 november 2025.