Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
4 november 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2023, betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het cassatieberoep richtte zich uitsluitend op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Caminada en Dalebout, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 4 november 2025. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende belang bij de klacht over overschrijding van de redelijke termijn.