Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve opmerking over de duur van de opgelegde bijkomende straf
4.Beslissing
11 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte, een huisarts, werd veroordeeld voor verkrachting en feitelijke aanranding van eerbaarheid van een patiënt. Naast de hoofdstraffen werd een bijkomende straf opgelegd: ontzetting uit het recht om het beroep van huisarts of een ander medisch of paramedisch beroep uit te oefenen.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend ten aanzien van de duur van de opgelegde bijkomende straf. De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat de klachten van de verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig is om de motivering te geven.
Ambtshalve heeft de Hoge Raad een opmerking gemaakt over de toepassing van ambtshalve cassatie bij overschrijding van de wettelijke maximumduur van een bijkomende straf. De Hoge Raad benadrukt dat hij deze bevoegdheid tegenwoordig zeer spaarzaam toepast, mede vanwege beperkte capaciteit en het belang van een snelle afdoening van strafzaken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat klachten die niet zijn ingebracht een weloverwogen keuze kunnen zijn, zeker in gevallen waarin het ter discussie stellen van de bijkomende straf gevolgen kan hebben voor de hoofdsanctie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de opgelegde bijkomende straf van ontzetting uit het medisch beroep.