ECLI:NL:HR:2025:1667

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
24/00293
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 420ter SrArt. 420bis.1.b Sr
Verwijzingen
2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen gewoontewitwassen

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van gewoontewitwassen van geldbedragen, zoals omschreven in artikel 420ter jo. 420bis.1.b Sr. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld en het cassatieberoep richtte zich onder meer op de vraag of het hof van de verdachte mocht verlangen dat zij een concrete en verifieerbare verklaring gaf over de herkomst van de geldbedragen.

De verdachte stelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat zij wetenschap had van de criminele herkomst van de geldbedragen. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad aangegeven dat het niet nodig is om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte verworpen en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 11 november 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof in de zaak van medeplegen gewoontewitwassen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00293
Datum11 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 januari 2024, nummer 20-001770-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorrteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft advocaat A.A. Franken bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 november 2025.