Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 januari 2024, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen. Het hof baseerde zijn oordeel mede op contante stortingen en uitgaven en de verklaring van verdachte over de herkomst van deze bedragen, die zouden zijn verkregen uit de verkoop van creatine, een fitnessbedrijf en beveiligingswerkzaamheden.
In cassatie heeft de advocaat van verdachte verschillende klachten over het bewijs en de beoordeling daarvan ingebracht. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen gewoontewitwassen.