Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
11 november 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen een 21-jarige verdachte die in 2022 in Curaçao meermalen met een vuurwapen schoot op een vriend van zijn moeder, werd doodslag ten laste gelegd. De verdachte beriep zich op noodweer en noodweerexces. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van vijf jaar.
De verdachte stelde cassatie in bij de Hoge Raad, die de klachten over de inhoud van het vonnis verwierp. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat werden ingezonden en de uitspraak meer dan zestien maanden na het instellen van cassatie plaatsvond.
Hierdoor werd de opgelegde straf verminderd met een maand, van vijf jaar naar vier jaar en elf maanden. De Hoge Raad vernietigde het vonnis uitsluitend wat betreft de strafduur en verwierp het beroep voor het overige.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van vijf jaar naar vier jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.