Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag in 2021 te Amersfoort, gepleegd tijdens een poging tot beroving waarbij het slachtoffer meermalen met een mes werd gestoken in armen, buik en borstkas.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 maart 2025. De advocaat van de verdachte diende een schriftuur in ter ondersteuning van het beroep.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk zonder verdere motivering.
Het arrest is uitgesproken op 25 november 2025 door de strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president V. van den Brink, met raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest blijft staan.