ECLI:NL:HR:2025:1696

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
25/00982
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie niet-ontvankelijk verklaard in jeugdzaak poging tot doodslag tijdens beroving

In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag in 2021 te Amersfoort, gepleegd tijdens een poging tot beroving waarbij het slachtoffer meermalen met een mes werd gestoken in armen, buik en borstkas.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 maart 2025. De advocaat van de verdachte diende een schriftuur in ter ondersteuning van het beroep.

De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk zonder verdere motivering.

Het arrest is uitgesproken op 25 november 2025 door de strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president V. van den Brink, met raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest blijft staan.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00982
Datum25 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 maart 2025, nummer 21-004452-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Visscher een schriftuur ingediend.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 november 2025.