ECLI:NL:HR:2025:1700

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
23/03579
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302.1 SrArt. 41.2 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over poging zware mishandeling en noodweerexces bij conflict over hennepplantage

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarbij verdachte werd veroordeeld voor poging tot zware mishandeling. De feiten speelden zich af in het kader van een conflict over de verzorging van een gezamenlijke hennepplantage, waarbij verdachte meermalen met zijn auto op een ander inreed.

Het hof had geoordeeld dat niet aannemelijk was dat het handelen van verdachte het gevolg was van eerdere aanrandingen door de aangever jegens verdachte, en dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke (dreigende) wederrechtelijke aanranding van de minderjarige zoon van verdachte door de aangever. De verdediging voerde onder meer noodweerexces aan, maar dit werd door het hof verworpen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad hoefde geen inhoudelijke motivering te geven omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar verbond hieraan geen ander rechtsgevolg.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. De opgelegde straf bestond uit een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 283 dagen voorwaardelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 283 voorwaardelijk, blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03579
Datum18 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 augustus 2023, nummer 20-001531-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B.H.A. Augustin bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 283 dagen voorwaardelijk volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 november 2025.