ECLI:NL:HR:2025:1706

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
23/04828
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174.1 SrArt. 43.1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocidenArt. 43.3 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocidenArt. 2 SrArt. 7 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling rechtspersoon voor medeplegen markt brengen schadelijk bestrijdingsmiddel fipronil

In deze strafzaak stond de rechtspersoon verdachte terecht voor het medeplegen van het op de markt brengen van het bestrijdingsmiddel fipronil, waarvan het schadelijke karakter voor leven of gezondheid werd verzwegen. Dit leidde tot besmetting van miljoenen eieren in Nederland in 2017, de zogenaamde "Fipronilcrisis". Daarnaast werd de verdachte ook vervolgd voor het gebruik en in voorraad hebben van enkele andere verboden biociden.

De verdediging voerde onder meer aan dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat de feiten zich deels in België zouden hebben afgespeeld, waar deze gedragingen niet strafbaar zijn. Tevens werden diverse bewijsklachten ingebracht over de interpretatie van gedragingen zoals "te koop aanbieden" en "verkopen" en over de wetenschap omtrent de schadelijkheid van het middel.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep in cassatie is derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04828
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-001968-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] V.O.F.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.H.J.G. van Voorthuizen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.