Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
18 november 2025.
Hoge Raad
De betrokkene werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) uit de verkoop van hennepstekken. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had deze vordering toegewezen en daarbij onder meer de vraag behandeld of het hof mocht uitgaan van een inkoopprijs van €1 per hennepstek.
De betrokkene stelde in cassatie dat de toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist was, omdat de handel in hennepstekken niet van hem maar van een mededader was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit standpunt voldoende had onderbouwd en dat de toerekening pondspondsgewijs moest plaatsvinden conform artikel 359 lid 2 Sv Pro.
Hoewel de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, leidde dit niet tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad verwees naar een samenhangende strafzaak waarin de termijnoverschrijding zal worden beoordeeld op mogelijke compensatie. Het beroep in cassatie werd uiteindelijk verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt bevestigd.