Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
25 november 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 mei 2024. De klachten van de verdachte betroffen onder meer het verzoek om zijn moeder als getuige te horen en het verweer dat opsporingsambtenaren onrechtmatig hadden gehandeld door zich grievend uit te laten jegens hem terwijl hij in de woning van zijn moeder mocht blijven.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Het verzoek tot het horen van de moeder als getuige werd afgewezen omdat dit niet van belang was voor de beantwoording van de relevante rechtsvragen. Daarnaast werd het verweer over het onrechtmatig optreden van de opsporingsambtenaren verworpen op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat beantwoording van deze vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad werd gevolgd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Caminada en Dalebout, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Schnetz, tijdens een openbare terechtzitting op 25 november 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.