Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
4 februari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift van klager tegen beslag op zijn telefoons op grond van een Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het klaagschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de in artikel 5.4.10.1 Sv gestelde termijn van 14 dagen na kennisgeving van het beslag.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de rechtbank niet zonder meer begrijpelijk is, omdat niet is vastgesteld dat klager op de hoogte was van de termijn van 14 dagen binnen welke het klaagschrift moest worden ingediend. De mededeling van de raadsvrouw tijdens de zitting gaf geen duidelijkheid over de inhoud van de kennisgeving en de termijn.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland voor een nieuwe behandeling en beslissing. De advocaat-generaal had ook geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing.
De beschikking is gegeven door de vice-president Borgers en raadsheren Kooijmans en Posthumus, uitgesproken in een openbare terechtzitting op 4 februari 2025.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het klaagschrift en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.