Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor witwassen van iphones en laptops met een totale waarde van €29.001 en een geldbedrag van €9.950, waarbij het hof oordeelde dat sprake was van voorwaardelijk opzet op witwassen. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de innerlijke tegenstrijdigheid van de bewijsvoering en de vraag of het hof terecht tot het oordeel kwam dat verdachte voorwaardelijk opzet had.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het oordeel van het hof nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde gevangenisstraf van 81 dagen en de mate van overschrijding, verbond de Hoge Raad hieraan geen ander rechtsgevolg.
Uiteindelijk wees de Hoge Raad het cassatieberoep af en handhaafde het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 juli 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor witwassen met voorwaardelijk opzet blijft in stand.