Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
21 november 2025.
Hoge Raad
Deze zaak betreft de vraag of Upfield misbruik heeft gemaakt van de uitzendrelatie met de ingeleende werknemer door hem gedurende bijna dertien jaar onafgebroken in te lenen via opeenvolgende uitzendovereenkomsten. De werknemer vordert dat wordt vastgesteld dat hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met Upfield en dat het sociaal plan en cao op hem van toepassing zijn.
De kantonrechter en het hof wezen de vorderingen af. Het hof oordeelde dat sprake was van één langdurige terbeschikkingstelling en dat Upfield een objectieve verklaring had gegeven voor de langdurige inlening, namelijk het inzetten van de werknemer in een flexibele schil. De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd hoe dit oordeel verenigbaar is met het feit dat er drie opvolgende uitzendcontracten en opdrachten waren.
De Hoge Raad benadrukt dat volgens de Uitzendrichtlijn het tijdelijke karakter van uitzendarbeid moet worden gewaarborgd en dat langdurige inlening zonder objectieve verklaring misbruik kan vormen. De algemene behoefte aan een flexibele schil is geen adequate verklaring voor een onafgebroken periode van bijna dertien jaar. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug naar gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.