ECLI:NL:HR:2025:1770

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
24/02467
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 11b OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 2B OpiumwetArt. 55 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over deelneming aan criminele organisatie en productie van amfetamine

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 juni 2024, waarin verdachte werd veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighoudt met de productie van MDMA, BMK en amfetamine, alsmede medeplegen en voorbereidingshandelingen met betrekking tot deze productie. Het hof had onder meer geoordeeld over de vraag of sprake was van eendaadse samenloop van feiten.

De advocaat van verdachte stelde een cassatiemiddel voor, maar de advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, is geen motivering vereist.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep. De uitspraak betreft onder meer de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie en de beoordeling van eendaadse samenloop volgens artikel 55 Sr Pro in samenhang met de Opiumwet.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling voor deelneming aan criminele organisatie en medeplegen productie amfetamine.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02467
Datum25 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 juni 2024, nummer 20-001176-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.C. van der Want bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 november 2025.