Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 juni 2024, waarin verdachte werd veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighoudt met de productie van MDMA, BMK en amfetamine, alsmede medeplegen en voorbereidingshandelingen met betrekking tot deze productie. Het hof had onder meer geoordeeld over de vraag of sprake was van eendaadse samenloop van feiten.
De advocaat van verdachte stelde een cassatiemiddel voor, maar de advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, is geen motivering vereist.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep. De uitspraak betreft onder meer de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie en de beoordeling van eendaadse samenloop volgens artikel 55 Sr Pro in samenhang met de Opiumwet.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling voor deelneming aan criminele organisatie en medeplegen productie amfetamine.