Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 juni 2024, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen aan betrokkene. De betrokkene stelde dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op de baten van het bewezenverklaarde witwassen, onvoldoende was gemotiveerd.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor hernieuwde berechting. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het cassatiemiddel slaagt omdat het hof niet voldoende heeft gemotiveerd waarom de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel toereikend was.
Het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2025 vernietigt het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch, zodat het hof de zaak opnieuw kan beoordelen en afdoen. Hiermee wordt het belang van een deugdelijke motivering bij de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel in witwaszaken benadrukt.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.