Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake medeplegen van gewoontewitwassen. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen voor de strafmaat, met vermindering van de straf en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte klachten onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen. Er was geen noodzaak tot motivering omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor een strafvermindering op haar plaats was.
De straf werd verminderd van zestien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, naar vijftien maanden en twee weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de strafkamer.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot vijftien maanden en twee weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.