Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor het opzettelijk uitgeven van een vals biljet van vijftig euro bij een supermarkt op 7 maart 2021. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van kassamedewerkers, teamleider en opsporingsambtenaren die het biljet met scanners en UV-lampen controleerden en constateerden dat het vals was. Daarnaast wees een documentonderzoeker op afwijkingen in reproductietechniek, het ontbreken van het watermerk en de veiligheidsdraad.
De verdediging voerde aan dat de verdachte het biljet van een dakloze had gekregen en niet wist dat het vals was, mede omdat het een muntsoort betrof die hij niet gewend was. De Hoge Raad oordeelt dat uit de door het hof vastgestelde feiten niet zonder meer volgt dat de verdachte zou moeten weten dat het biljet vals was en dat hij opzet had op die valsheid. De bewezenverklaring is daarom onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het gaat om de bewezenverklaring en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling. Het overige beroep wordt verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 25 november 2025.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring opzet en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.