Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor meervoudige diefstal en huisvredebreuk. Het hof legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken op, maar gaf geen specifieke motivering voor deze strafoplegging zoals vereist volgens artikel 359 lid 6 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en adviseerde terugwijzing naar het hof voor een nieuwe beoordeling. De Hoge Raad oordeelde dat het hof tekort was geschoten in zijn motiveringsplicht en dat de klacht van de verdachte hierover slaagt.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft, met uitzondering van de opgelegde schadevergoedingsmaatregel, en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling van de strafoplegging.
De rest van het cassatieberoep werd verworpen. Hiermee wordt het belang van een duidelijke en specifieke motivering bij het opleggen van vrijheidsbenemende straffen benadrukt, zodat de verdachte en hogere rechtscolleges inzicht krijgen in de overwegingen van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens onvoldoende motivering van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf en wijst de zaak terug voor nieuwe strafoplegging.