ECLI:NL:HR:2025:1790

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
23/04795
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 272 lid 1 SrArt. 326 lid 1 SrArt. 225 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak grootschalige DigiD-fraude en medeplegen ambtsgeheim en valsheid

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van grootschalige DigiD-fraude met huur- en zorgtoeslagen, medeplegen van schending van het ambtsgeheim, medeplegen van oplichting en medeplegen van valsheid in geschrift, elk meermalen gepleegd.

Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de motivering van het hof omtrent de specifieke bijdrage van verdachte aan de afzonderlijke strafbare feiten, een zogenoemde bewijsklacht medeplegen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij was het niet nodig om de motivering nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, en het beroep is op 2 december 2025 verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van grootschalige DigiD-fraude en andere strafbare feiten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04795
Datum2 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-002192-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 december 2025.