ECLI:NL:HR:2025:1811
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dwangsom bij niet tijdig belastingbesluit
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd behandeld. De zaak betrof een verzoek om toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op een verzoek om herziening van de aan belanghebbende opgelegde aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2014 en 2016.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris, van der Voort Maarschalk en van Roij en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om toekenning van een dwangsom wordt afgewezen.