Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor actieve niet-ambtelijke omkoping en medeplegen van het opmaken van een valse authentieke akte. De verdachte voerde onder meer verweren aan tegen de bewijsvoering en stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schending van het nemo tenetur-beginsel en de onschuldpresumptie.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad hoeft de motivering niet te geven omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden.
Als gevolg daarvan vernietigt de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend voor de opgelegde strafmaat en vermindert de taakstraf van 240 naar 228 uur, met een subsidiaire hechtenis van 114 dagen. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 2 december 2025.
Uitkomst: Taakstraf verminderd van 240 naar 228 uur en vervangende hechtenis van 114 dagen wegens termijnoverschrijding.