ECLI:NL:HR:2025:1817

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
23/03755
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 lid 1 EVRMArt. 328ter.2 SrArt. 328ter.3 SrArt. 227.1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering geldboete voor actieve omkoping en medeplegen valsheid in akte door rechtspersoon

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin een rechtspersoon werd veroordeeld voor actieve niet-ambtelijke omkoping en medeplegen van het opmaken van een valse authentieke akte. De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie aan en stelde bewijsuitsluiting voor wegens schending van het nemo tenetur-beginsel en de onschuldpresumptie.

De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad hoeft zijn oordeel niet te motiveren omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht. Wel is ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling is overschreden.

Als gevolg daarvan heeft de Hoge Raad de opgelegde geldboete verminderd van €9.000 naar €8.550. Het beroep is voor het overige verworpen, waarmee de inhoudelijke veroordeling en het hofarrest in stand blijven.

De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was, tijdens een openbare terechtzitting op 2 december 2025.

Uitkomst: De geldboete wordt verminderd naar €8.550 wegens overschrijding van de redelijke termijn, overige veroordeling blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03755
Datum2 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 september 2023, nummer 23-003439-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [plaats],
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C.F. Korvinus bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 9.000.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
- vermindert de geldboete in die zin dat deze € 8.550 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 december 2025.