Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 december 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak ging het om een overval in 2016 in Amsterdam op een waardetransport met luxegoederen zoals horloges en sieraden. De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van diefstal met geweld, afpersing, wederrechtelijke vrijheidsberoving, brandstichting en vernieling van een bestelbus.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest, maar alleen wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met vermindering daarvan. De Hoge Raad oordeelde dat de overige klachten niet tot vernietiging konden leiden en hoefde deze niet te motiveren.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de gevangenisstraf van 70 maanden naar 67 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, met raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, op 9 december 2025.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 70 naar 67 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.