ECLI:NL:HR:2025:1836

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
23/04910
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 163.6 WVW 1994Art. 163.7 WVW 1994 (oud)Art. 7.1.b WVW 1994Art. 39 SrArt. 40 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt weigering cassatie in zaak verlaten plaats ongeval en bloedonderzoek

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor het verlaten van de plaats van een ongeval en het weigeren van een bloedonderzoek, beide strafbaar gesteld in de Wegenverkeerswet 1994.

De verdediging voerde onder meer aan dat het hof het verweer van ontoerekeningsvatbaarheid en psychische overmacht niet juist had opgevat, mede gelet op de uitzonderingsbepaling in artikel 163 lid 7 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (oud). Daarnaast werd betwist of het hof voldoende gemotiveerd had waarom het een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegde.

De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Het hof heeft het verweer van de raadsman niet hoeven opvatten als een beroep op ontoerekeningsvatbaarheid of psychische overmacht en heeft voldoende motieven gegeven voor de strafoplegging. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot nadere motivering en verwerpt het cassatieberoep.

De uitspraak bevestigt daarmee het belang van een zorgvuldige strafmotivering en de beperkte rol van de Hoge Raad bij de toetsing van feiten en omstandigheden in cassatieprocedures.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de straf van zes weken gevangenisstraf en twee jaar rijontzegging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04910
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 december 2023, nummer 20-001285-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.H.L. Antonides en M. Draaijers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.