Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van 4.804 gram hennep, in strijd met artikel 3.C van de Opiumwet.
De verdachte stelde een cassatiemiddel in, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad hoefde dit niet nader te motiveren, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Wel stelde de advocaat-generaal voor om de opgelegde taakstraf te verminderen vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. De Hoge Raad stelde vast dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, wat een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de taakstraf en vervangende hechtenis. De taakstraf werd verminderd van 180 naar 171 uren en de vervangende hechtenis van 90 naar 85 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd van 180 naar 171 uren en de vervangende hechtenis van 90 naar 85 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.