ECLI:NL:HR:2025:1854
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
In deze zaak heeft V.J. de Groot namens een partij beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift verzocht om binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om het beroep in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van de partij die het beroep ondersteunt. Ondanks dat de brief met dit verzoek is afgeleverd, heeft de indiener geen machtiging of verklaring overgelegd.
De Hoge Raad concludeert daarom dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie in te stellen namens de partij. Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Boerlage, van der Voort Maarschalk en van Roij en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.