Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 december 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 juli 2024, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van de uitvoer van grote hoeveelheden amfetamine, cocaïne en hasj, alsmede deelname aan een criminele organisatie gericht op grootschalige handel in hennep en hasj.
De verdediging stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder bezwaren tegen de toevoeging van deelname aan een criminele organisatie aan de tenlastelegging, de procedurele behandeling na toewijzing van een vordering tot schorsing van het onderzoek, en de vraag of het recht op een eerlijk proces was geschonden door het niet horen van medeverdachten als getuigen.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het hof terecht oordeelde dat geen machtiging ex art. 126g Sv nodig was vanwege het ontbreken van stelselmatige observatie.
Hoewel de redelijke termijn van het proces was overschreden, achtte de Hoge Raad de overschrijding beperkt en zag geen aanleiding tot verdere rechtsgevolgen. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van drugshandel en deelname aan een criminele organisatie.