Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het geschil betrof onder meer de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de vraag of het hof had moeten beslissen op een verweer tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend voor zover het de hoogte van de betalingsverplichting betrof, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige werd het beroep verworpen. De Hoge Raad beoordeelde de klachten en oordeelde dat deze niet tot vernietiging konden leiden, zonder nadere motivering omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het hof had eerdere verzoeken om getuigen te horen afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en de beperkte relevantie van de periode waarover het verzoek ging. De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht het verzoek onbesproken had gelaten. Uiteindelijk werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.