ECLI:NL:HR:2025:1876

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
23/04905
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet ROArt. 36e.2 Sr (oud)Art. 423.2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het geschil betrof onder meer de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de vraag of het hof had moeten beslissen op een verweer tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend voor zover het de hoogte van de betalingsverplichting betrof, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige werd het beroep verworpen. De Hoge Raad beoordeelde de klachten en oordeelde dat deze niet tot vernietiging konden leiden, zonder nadere motivering omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het hof had eerdere verzoeken om getuigen te horen afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en de beperkte relevantie van de periode waarover het verzoek ging. De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht het verzoek onbesproken had gelaten. Uiteindelijk werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04905 P
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2023, nummer 22-003840-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat A.M.J. Comans bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.