Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaten van [eisers] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Uitgangspunten en feiten
de meidoornhaag
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak staat een burengeschil centraal over de hoogte van beplanting op aangrenzende percelen, waarbij een kwalitatieve verplichting in een notariële akte uit 1993 bepaalt dat de heg niet hoger mag zijn dan 150 centimeter. Eisers, eigenaren van een perceel, vorderen onder meer dat verweerders hun beukenhaag en wilgenbomen verwijderen of op hoogte houden.
De rechtbank wees een deel van de vorderingen toe, maar het hof wijzigde dit deels, onder meer door te oordelen dat de kosten van verwijdering van essenbomen voor rekening van eisers komen en dat de heg slechts eenmaal per jaar gesnoeid hoeft te worden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door deze kostenverdeling en dat het hof ten onrechte omstandigheden heeft betrokken die niet kenbaar zijn uit de openbare akte bij de uitleg van de kwalitatieve verplichting.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelt de Hoge Raad verweerders in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug voor verdere behandeling.