Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:189

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 februari 2025
Publicatiedatum
6 februari 2025
Zaaknummer
24/01705
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake eigendom woonwagen en schadevergoeding

Eiser vordert schadevergoeding van de gemeente voor schade aan zijn woonwagen en stelt eigenaar te zijn van deze woonwagen. De rechtbank en het gerechtshof hebben eerder geoordeeld over de eigendomsvraag en de vordering van eiser. Het gerechtshof heeft het beroep van eiser afgewezen in zijn arrest van 30 januari 2024.

Eiser stelt in cassatie dat het arrest van het hof onjuist is, maar de Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert niet inhoudelijk waarom het beroep wordt verworpen, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad wijst het beroep af en veroordeelt eiser in de proceskosten, die nihil zijn begroot aan de zijde van de gemeente. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer van de Hoge Raad op 7 februari 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen zonder inhoudelijke motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/01705
Datum7 februari 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: T. van Tatenhove,
tegen
GEMEENTE DE RONDE VENEN,
zetelende te Mijdrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 7876291 UC EXPL 19-6773 van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2019 en 27 oktober 2021;
b. de arresten in de zaak 200.302.789 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 juli 2022, 2 augustus 2022 en 30 januari 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 30 januari 2024 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de Gemeente is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en mede door H.A.A. Essebai.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
7 februari 2025.