ECLI:NL:HR:2025:1890

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
24/03961
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:238 lid 2 BWArt. 5 richtlijn oneerlijke bedingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontbinding huurovereenkomst woonruimte en ontruiming

In deze zaak hebben de huurders cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de ontbinding van hun huurovereenkomst voor woonruimte en de ontruiming waren toegewezen. De verweerster, 3B Wonen, heeft verweer gevoerd tegen het cassatieberoep en de kinderen van de huurders zijn verstek verklaard.

De Hoge Raad heeft de klachten van de huurders beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Het hof had het vonnis van de kantonrechter Rotterdam bekrachtigd, waarin de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming waren uitgesproken. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Met de verwerping van het cassatieberoep is de veroordeling tot ontruiming onherroepelijk geworden. De Hoge Raad heeft bepaald dat het vonnis opnieuw moet worden betekend en dat de huurders verplicht zijn tot ontruiming binnen drie maanden na betekening. Tevens zijn de huurders veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding ten gunste van 3B Wonen.

Uitkomst: Cassatieberoep van huurders verworpen; ontruiming binnen drie maanden na hernieuwde betekening.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/03961
Datum12 december 2025
ARREST
In de zaak van
1. [de man],
wonende te [woonplaats],
2. [de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: de huurders,
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
1. STICHTING 3B WONEN,
gevestigd te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: 3B Wonen,
advocaat: M.E. Bruning,
en
2. [de dochter],
3. [de zoon],
beiden wonende te [woonplaats],
hierna: de kinderen,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 9265908 \ CV EXPL 21-19740 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 7 januari 2022;
b. de arresten in de zaak 200.308.059/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 februari 2023 en 13 augustus 2024.
De huurders hebben tegen het arrest van het hof van 13 augustus 2024 beroep in cassatie ingesteld.
3B Wonen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Tegen de kinderen is verstek verleend.
De zaak is voor 3B Wonen toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat de Hoge Raad de huurders niet-ontvankelijk verklaart in hun tegen de kinderen ingestelde cassatieberoep en het tegen 3B Wonen ingestelde cassatieberoep verwerpt.
De advocaat van de huurders heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2
Met de verwerping van het cassatieberoep is de veroordeling tot ontruiming onherroepelijk en kan het vonnis van de kantonrechter alsnog ten uitvoer worden gelegd. De Hoge Raad ziet aanleiding te bepalen dat daartoe het vonnis opnieuw moet worden betekend en dat de huurders verplicht zijn tot ontruiming binnen drie maanden na betekening.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- bepaalt dat het vonnis van de kantonrechter ten uitvoer kan worden gelegd na hernieuwde betekening daarvan en dat de huurders verplicht zijn tot ontruiming binnen drie maanden na betekening;
- veroordeelt de huurders in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van 3B Wonen begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van de kinderen op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
12 december 2025.