ECLI:NL:HR:2025:1901
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over belastingbeschikking en redelijke termijn
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen in diverse gemeentelijke belastingen voor het jaar 2019.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk stelde een incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad het college veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende in cassatie heeft moeten maken, vastgesteld op € 1.814 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het cassatieberoep van belanghebbende en het incidentele beroep van het college werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen ongegrond en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.