ECLI:NL:HR:2025:1902
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dwangsom Wet waardering onroerende zaken
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juni 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam inzake een verzoek om toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar over een WOZ-beschikking voor 2021 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 12 december 2025 in het openbaar gewezen door de raadsheren Feteris, van der Voort Maarschalk en van Roij.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.