Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, voortvloeiend uit het zonder vergunning verrichten van betaaldiensten door de betrokkene. Het gerechtshof Amsterdam had eerder een uitspraak gedaan die door de betrokkene in cassatie werd aangevochten.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, maar dit leidde niet tot een andere rechtsgevolg dan het vaststellen van die overschrijding. De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de ontnemingsmaatregel zoals opgelegd door het hof Amsterdam.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsmaatregel opgelegd door het hof Amsterdam.