Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 27 januari 2019 werd betrapt op het besturen van een voertuig onder invloed van cannabis, waarbij het bloedonderzoek de concentratie THC boven de wettelijke grenswaarde aantoonde. De bloedafname vond echter plaats met een overschrijding van zeven minuten van de in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer gestelde termijn van anderhalf uur.
Het hof oordeelde dat door deze overschrijding geen wettelijke bevoegdheid meer bestond voor de bloedafname en dat sprake was van een onherstelbaar vormverzuim. Dit vormverzuim rechtvaardigde volgens het hof strafvermindering, die resulteerde in een verlaging van de geldboete met € 250. De verdediging voerde aan dat bewijsuitsluiting moest volgen vanwege het vormverzuim, maar het hof verwierp dit omdat geen sprake was van een structureel verzuim.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de overschrijding van de termijn niet leidt tot bewijsuitsluiting, maar wel tot strafvermindering op grond van artikel 359a Sv. De Hoge Raad wijst erop dat het voorschrift van het Besluit primair is bedoeld om te voorkomen dat de verdachte onnodig lang moet wachten op bloedafname en dat de betrouwbaarheid van het bloedonderzoek niet direct wordt aangetast door de beperkte overschrijding. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafvermindering wegens overschrijding van de bloedafnametermijn blijft in stand.