Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt en handel in hennep.
De verdediging had verzocht om het horen van twee getuigen, maar het hof oordeelde dat dit verzoek bij een eerdere terechtzitting niet was gehandhaafd en wees het verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing van het belang voor de ontnemingsbeslissing. De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht geen beslissing hoefde te nemen op het eerdere verzoek en dat het nieuwe verzoek pas bij een latere zitting is gedaan.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor de opgelegde betalingsverplichting van ruim €5,8 miljoen wordt verminderd tot €5.833.455. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt de ontnemingsvordering grotendeels in stand gelaten, maar met een financiële correctie vanwege de termijnoverschrijding.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot €5.833.455 en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot het horen van getuigen.