ECLI:NL:HR:2025:1941

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
23/03304
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11a OpiumwetArt. 11.3 OpiumwetArt. 11.5 OpiumwetArt. 359a SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in hennepteeltzaak

In deze cassatieprocedure tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 augustus 2023 staat de strafzaak tegen verdachte wegens medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot grootschalige hennepteelt centraal.

De verdachte stelde onder meer een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie en bewijsuitsluiting voor vanwege vernietiging van de administratie van de vennootschap waarvan hij bestuurder was. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en zag geen noodzaak tot nadere motivering.

Ambtshalve beoordeelde de Hoge Raad de redelijke termijn en constateerde dat deze was overschreden, waardoor de opgelegde taakstraf van 100 uren en de vervangende hechtenis van 50 dagen moesten worden verminderd. De taakstraf werd verminderd tot 95 uren en de vervangende hechtenis tot 47 dagen.

De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de taakstraf en vervangende hechtenis en verwierp het beroep voor het overige. Hiermee werd de straf aangepast zonder inhoudelijke wijziging van de veroordeling.

Uitkomst: Vermindering van taakstraf tot 95 uren en vervangende hechtenis tot 47 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03304
Datum16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 augustus 2023, nummer 20-001229-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat T. Straten bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 95 uren beloopt, subsidiair 47 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 december 2025.