Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 16 december 2025 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 augustus 2023. De verdachte, geboren in 1965, was betrokken bij voorbereidingshandelingen met betrekking tot grootschalige hennepteelt, wat onder de Opiumwet valt. De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard of dat bewijsuitsluiting moest plaatsvinden, omdat de administratie van de vennootschap waarvan de verdachte bestuurder was, was vernietigd. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige concludeerde tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar alleen wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld en geconcludeerd dat deze niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad heeft geen verdere motivering gegeven, omdat de beoordeling van de klachten niet noodzakelijk was voor de ontwikkeling van het recht. Tevens heeft de Hoge Raad ambtshalve de uitspraak van het hof beoordeeld en vastgesteld dat de redelijke termijn voor het cassatieberoep was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uren naar 95 uren, met een vervangende hechtenis van 47 dagen. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd, maar alleen wat betreft het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, en het beroep voor het overige verworpen.