Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Tenlastelegging en bewezenverklaring
4.Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte zijn voorgesteld
5.Beslissing
19 december 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 19 december 2025 arrest gewezen in de zaak tegen verdachte, waarin het hof 's-Hertogenbosch op 20 november 2023 uitspraak deed. De zaak betrof onder meer het medeplegen van uitvoer en verkoop van cocaïne. Het hof sprak verdachte vrij van medeplegen van uitvoer van 10 pakketten cocaïne en poging daartoe van 20 pakketten, omdat de levering aan een politiële pseudokoper in Nederland plaatsvond en daardoor geen sprake zou zijn van buiten Nederland brengen.
Het Openbaar Ministerie stelde cassatie in tegen deze vrijspraak en voerde aan dat het hof een te beperkte uitleg gaf aan het begrip 'buiten het grondgebied van Nederland brengen' zoals bedoeld in artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet. De Hoge Raad oordeelde dat ook het met bestemming naar het buitenland ten vervoer aanbieden onder dit begrip valt, ook als de levering aan een pseudokoper plaatsvindt. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het gaat om de uitvoer ten laste gelegde feiten en wees de zaak terug voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de verdachte, waaronder het zogenaamde Tallon-verweer dat het OM niet-ontvankelijk zou zijn wegens uitlokking. De overige beslissingen van het hof blijven in stand. De zaak wordt nu opnieuw behandeld door het hof 's-Hertogenbosch.
De uitspraak benadrukt de reikwijdte van het begrip uitvoer in de Opiumwet en bevestigt dat het leveren aan een politiële pseudokoper niet automatisch uitsluit dat sprake is van strafbare uitvoer. Dit arrest is van belang voor de interpretatie van drugsexport gerelateerde strafzaken.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deel van het hofarrest over uitvoer cocaïne en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.