ECLI:NL:HR:2025:1947

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
23/04476
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van de beslissing over de vordering tot immateriële schade van een politieambtenaar na bedreiging met een mes

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De zaak betreft de verdachte die op 2 december 2020 drie politieambtenaren heeft bedreigd met een mes. De benadeelde partij, een van de politieambtenaren, heeft een vordering tot vergoeding van immateriële schade ingediend ter hoogte van € 350,00. Het hof heeft deze vordering toegewezen, maar de Hoge Raad oordeelt dat de motivering van het hof ontoereikend is. De Hoge Raad stelt vast dat het hof niet duidelijk heeft gemaakt op welke grond de vordering is toegewezen, zoals vereist door artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof, maar alleen wat betreft de beslissing over de vordering van de benadeelde partij, en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor herbehandeling. Daarnaast wordt opgemerkt dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, maar dit heeft geen verdere rechtsgevolgen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04476
Datum19 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden van 3 november 2023, nummer 21-004616-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B.J.W. Tijkotte bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de beslissing over de vordering van de [benadeelde 1] , tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden , opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de toewijzing door het hof van de vordering tot vergoeding van immateriële schade van de [benadeelde 1] in verband met het in de zaak met parketnummer 18-306514-20 bewezenverklaarde.
2.2
Ten laste van de verdachte is in de zaak met parketnummer 18-306514-20 bewezenverklaard dat:
“hij op 2 december 2020 te [plaats] , meermalen, [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [benadeelde 3] , zijnde opsporingsambtenaren van de regiopolitie Noord Nederland, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, bestaande hierin, dat de verdachte toen aldaar, zich bevindend op korte afstand van die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [benadeelde 3] , opzettelijk dreigend een mes, zichtbaar voor die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [benadeelde 3] gehouden en die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [benadeelde 3] opzettelijk dreigend heeft toegevoegd de woorden: “als jullie binnenkomen maak ik jullie dood.”
2.3.1
Bij de stukken bevindt zich een ‘Verzoek tot Schadevergoeding’ van de benadeelde partij. Dat verzoek houdt onder meer in:
“Omschrijving immateriële schade
Zie Bijlage A en B
Totaal immateriële schade € 350,-.”
2.3.2
De betreffende bijlagen houden onder meer in:
“Bijlage A
(...)
Het slachtoffer was op 2 december 2020 in zijn functie als politieman samen met een collega met noodhulp surveillance belast. Zij kregen de melding van een persoon die zichzelf in zijn polsen en armen aan het snijden was. Toen zij daartoe de woning wilden betreden waar de persoon zich zou bevinden trof het slachtoffer de verdachte in de deuropening. De verdachte dreigde het slachtoffer dood te maken. De verdachte liep met versnelde pas op het slachtoffer af en had een mes van tussen de 20 en de 30 centimeter in zijn hand. Wederom uitte hij een doodsbedreiging.
Hierop trok het slachtoffer zich terug en ging de verdachte terug in de woning en sloot de deur. Daarna kwam er politieassistentie ter plaatse.
Later zag het slachtoffer de verdachte uit het raam hangen met een mes in zijn hand. Hij riep daarbij: Ik ga jullie dood maken! Dit gaat eindigen met Suicide by cop! Ik word door jullie dood geschoten?!
Nog weer later liep de verdachte door het trappenhuis en riep: Kom dan! Ik steek jullie hartstikke dood!?
(...)
De verdachte heeft zijn handelen doelbewust gepleegd en daarmee een onrechtmatige daad gepleegd.
Hiermee aanvaarde hij doelbewust het gevolg van schade en/of letsel bij het slachtoffer. De verdachte heeft het slachtoffer in persoon aangetast. Door de handelingen van de verdachten is er schade ontstaan bij het slachtoffer. De onrechtmatige daad kan aan de verdachten worden toegerekend en die is hierdoor verplicht de schade te vergoeden aan het slachtoffer.
(...)
Immateriële schade
Het slachtoffer was bang tijdens en vlak na het incident. Hij moest zijn best doen niet te huilen. Het slachtoffer is een ervaren politieman die niet eerder een dergelijk gevoel had gehad tijdens zijn werk. Hij was de dagen na het in incident onzeker. Hij sliep een aantal dagen slecht waar dit normaal niet het geval is. Als hij sliep, sliep hij onrustig, hetgeen opgemerkt werd door zijn partner. Het incident heeft hem een week lang bezig gehouden. Hij voelde angst omdat hij met de dood bedreigd was. Hij zag het incident herhaaldelijk voor zich als hij zijn ogen sloot. Hij durfde daardoor niet te gaan slapen. Hij heeft veel over het incident gesproken. Na het incident is het slachtoffer voorzichtiger en terughoudender geworden in zijn werk.
Het slachtoffer heeft in deze persoonlijke toelichting de impact en de gevolgen die het incident op het slachtoffer heeft, alsmede de daaruit voortvloeiende schade duidelijk omschreven.
In de aangifte van het slachtoffer heeft hij ook het nodige gezegd betreffende de hem aangedane schade.
(...)
[Bijlage B]
In mijn aangifte heb ik het verhaal gedaan wat er zich heeft afgespeeld. Tijdens het incident, vlak na de aanhouding van de vader van [verdachte] , merkte ik aan mijzelf dat ik vol adrenaline zat, wat zich er door middel van huilen uit wou komen. Deze tranen kon ik nog maar net weg slikken. Ik voelde aan mijzelf dat ik erg bang was. Tijdens de de-briefing met de naaste collega’s heb ik ook aangegeven dat ik pure angst heb gevoeld. Een gevoel, wat ik nooit had verwacht te voelen tijdens mijn werk. Want een politieagent moet en is moedig. Zo ook ik. Dit gevoel kon ik voor de opvolgende dagen niet meer vinden. De eerste nachten, in het weekend na deze dienst, heb ik erg slecht geslapen. Normalerwijs val ik binnen enkele tellen in slaap. Nu duurde dit voor mij erg lang. Ook tijdens het slapen merkte mijn partner dat ik erg onrustig sliep. Een week lang heeft dit incident mij voortdurend bezig gehouden. Ik voelde dat ik nog steeds bang was, omdat ik met de dood was bedreigd. Ik wilde er constant over praten. Wanneer iemand aan mij vroeg hoe het werken bij de politie was, wilde ik eigenlijk alleen maar zeggen: Niet! Je moet niet bij de politie willen werken, want dit kan zomaar je laatste dag zijn. Terwijl ik eerder gezegd zou hebben: Dit is het mooiste vak wat er is!
Wanneer ik mijn ogen sloot om te gaan slapen, zag ik continue [verdachte] voor mij. Schreeuwend, onder het bloed, met een mes, dreigende dat hij mij dood wilde maken. Ik durfde niet te slapen, aangezien ik de hele film niet weer opnieuw wilde beleven.
Ik heb het incident vele malen besproken met mijn partner en met mijn naaste collega’s. Ik heb gemerkt dat ik het daardoor beter een plek kon geven.
Ik merk aan mijzelf dat ik voorzichtiger ben geworden in het werk. Zeker als ik een melding hoor en krijg waarbij word gesproken over een mes. Normalerwijs, zou ik moedig als ik ben, direct op de persoon afstappen en de orde herstellen. Nu maak ik voor mijzelf de afweging wat ik ter plaatse voor verschil kan maken en hoe ik dit kan bewerkstelligen. Ik realiseer mijzelf nu als geen ander dat je elk moment van de dag scherp moet zijn, aangezien het moment uit onverwachte hoek kan komen...”
2.4
Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 3 november 2023 heeft de raadsvrouw van de verdachte daar het woord gevoerd overeenkomstig de bij de stukken gevoegde pleitnota. Deze pleitnota houdt onder meer in:
“3. Vorderingen benadeelde partij
3.1
[benadeelde 1] heeft een vordering van € 350,00 immateriële schade ingediend.
3.2
Cliënt kan zich hierin niet vinden. In de onderbouwing wordt hem het verwijt gemaakt dat hij doelbewust heeft gehandeld en daarmee een onrechtmatige daad heeft gepleegd. Cliënt had geen invloed op het handelen.
3.3
Voor eenieder moest duidelijk zijn dat cliënt zelf niet wist wat hij aan het doen was. Hij weet ook niet eens wat hij heeft gezegd of hoe hij het mes heeft getoond. Hoe vervelend het ook is dat [benadeelde 1] zich bedreigd heeft gevoeld en dat hij daardoor gevoelens van angst heeft ontwikkeld, is dat onvoldoende voor toekenning van een vordering.
3.4
De uitspraak waarnaar in de vordering wordt verwezen gaat niet op. Daar ging het kennelijk om een verdachte die net een overval had gepleegd, maar die wel bij zinnen was en die het mes waarschijnlijk gebruikte om zichzelf te verzekeren van de buit. De situatie waar het hier om gaat is compleet anders. Ook in de andere uitspraak lijkt de verdachte iemand die disproportioneel reageert op een situatie en waar iemand uit woede of boosheid een bijltje in de richting van de politie heeft gegooid. Ook daarvan is hier geen sprake. Primair dus afwijzen dan wel NO.”
2.5
Het hof heeft over de vordering tot vergoeding van immateriële schade van de benadeelde partij overwogen:
“De vordering van de [benadeelde 1] zal worden toegewezen voor het bedrag van € 350, vermeerderd met de wettelijke rente.”
2.6
Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) luidt:
“Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding:
a. indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen;
b. indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast (...).”
2.7
Het hof heeft de vordering tot vergoeding van immateriële schade van de benadeelde partij als gevolg van de in de zaak met parketnummer 18-306514-20 bewezenverklaarde bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht toegewezen tot een bedrag van € 350, vermeerderd met de wettelijke rente. Dat oordeel is ontoereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit de overwegingen van het hof niet kan worden afgeleid op welke in artikel 6:106 BW vermelde grond en op welke door het hof vastgestelde omstandigheden het hof de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij heeft gebaseerd.
2.8
Het cassatiemiddel slaagt.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van tachtig uren, waarvan veertig uren voorwaardelijk, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing over de vordering van de [benadeelde 1] ;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 december 2025.