ECLI:NL:HR:2025:1954

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
25/00100
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof in bestuurdersaansprakelijkheid en pauliana faillissementen

In deze zaak stond de vraag centraal of bestuurdersaansprakelijkheid en pauliana van toepassing zijn op selectieve betalingen en overdracht van een perceel grond tegen een hogere waarde dan de werkelijke waarde binnen faillissementen van meerdere vennootschappen. De rechtbank Overijssel en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben hierover eerder arresten gewezen.

De eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof van 15 oktober 2024, terwijl de curator voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. De Hoge Raad heeft de klachten van de eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het voorwaardelijke incidentele beroep van de curator werd niet behandeld omdat het principale beroep werd verworpen. De Hoge Raad veroordeelde de eiser tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de curator, inclusief verschotten en salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan.

De uitspraak werd gedaan door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een andere raadsheer op 19 december 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/00100
Datum19 december 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiser],
advocaten: E.J.H. Zandbergen en J. van Weerden,
tegen
J.M. ERINGA, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Megahome.nl B.V., Megahome.nl Grond B.V., NPB Beheer B.V., Megahome.nl Beheer B.V., MEGA Bouwbedrijf B.V., NPB Bouw B.V., NPB Bouwbedrijf B.V., Megahome.nl Bouw B.V. en NPB Onroerend Goed B.V.,
kantoorhoudende te Enschede,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de curator,
advocaat: M.E. ten Brinke.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/243750 / HA ZA 20-67 van de rechtbank Overijssel van 23 maart 2022, 4 mei 2022, 1 maart 2023 en 12 april 2023 (herstelvonnis);
b. de arresten in de zaak 200.331.697 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2024 en 15 oktober 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 15 oktober 2024 beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.554,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
19 december 2025.