ECLI:NL:HR:2025:1964
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024. In dit cassatieberoep verzocht belanghebbende tevens om de termijnoverschrijding voor het instellen van het beroep als verschoonbaar te erkennen.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 1 augustus 2025 in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op de overschrijding van de beroepstermijn. De door belanghebbende aangevoerde redenen in het beroepschrift en in de brief van 8 augustus 2025 werden door de Hoge Raad niet voldoende geacht om het verzuim te rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Boerlage, van der Voort Maarschalk en van Roij en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.