Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
18 februari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat hem schuldig heeft verklaard aan witwassen van een geldbedrag van € 75.160, verborgen in een speciaal gecreëerde holle ruimte onder een traptrede in zijn woning.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op het feit dat het geldbedrag was verstopt achter een met klemmetjes vastgemaakt luikje, dat pas zichtbaar werd na het verwijderen van vloerbedekking. Dit duidt op een doelgerichte handeling om de vindplaats van het geld te verbergen. De verdachte gaf geen concrete, verifieerbare verklaring over de herkomst van het geld en andere aangetroffen goederen, waardoor het hof aannam dat hij wist dat deze uit enig misdrijf afkomstig waren.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring van het hof voldoende gemotiveerd is en dat het cassatiemiddel faalt. Ook andere ingediende klachten leiden niet tot vernietiging van het arrest. Daarmee blijft het oordeel van het hof ongewijzigd en wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring van witwassen door verbergen van een geldbedrag in een verborgen ruimte.