ECLI:NL:HR:2025:216

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
23/02703
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 134 lid 2 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake beslag op telefoon en auto bij verdenking handel harddrugs

Klager had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin zijn klaagschrift tot teruggave van een inbeslaggenomen telefoon en personenauto ongegrond werd verklaard. De Hoge Raad onderzocht de ontvankelijkheid van dit beroep.

Uit door de griffie ingewonnen inlichtingen bleek dat het openbaar ministerie op 23 september 2024 de teruggave van de inbeslaggenomen telefoon aan klager had bevolen en dat de telefoon daadwerkelijk was teruggegeven. Hierdoor was het beslag op de telefoon beëindigd, zodat het cassatieberoep voor zover het de telefoon betreft niet-ontvankelijk is.

Daarnaast was er een uitspraak van de politierechter van 5 december 2024 in de strafzaak tegen klager waarin over het beslag op de personenauto was beslist. Dit maakte dat klager geen belang meer had bij het beroep tegen de eerdere beschikking over het klaagschrift betreffende de auto. Daarom werd het beroep ook voor zover het de auto betreft niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad besloot het beroep in cassatie geheel niet-ontvankelijk te verklaren, waarmee de eerdere beslissingen ongewijzigd blijven.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens beëindiging van het beslag op de telefoon en beslissing van de strafrechter over het beslag op de auto.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02703 B
Datum18 februari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 juli 2023, nummer RK 23/006252, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een Samsung telefoon en een personenauto. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen voorwerpen in zoverre ongegrond verklaard.
2.2.1
Uit de door de griffie van de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen blijkt dat het openbaar ministerie op 23 september 2024 de teruggave van de inbeslaggenomen telefoon aan de rechthebbende door de bewaarder heeft bevolen en dat de telefoon de status “Teruggegeven door bewaarder” heeft. Hieruit volgt dat de inbeslaggenomen telefoon is teruggegeven aan de klager.
2.2.2
Artikel 134 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald; (...).”
2.2.3
Hieruit volgt dat het beslag op de telefoon inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen voor zover dit ziet op de telefoon.
2.3.1
Verder bevindt zich bij de stukken een afschrift van een uitspraak van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 december 2024 in de strafzaak tegen de klager. In die uitspraak is beslist over de inbeslaggenomen personenauto waarvan de klager de teruggave heeft verzocht.
2.3.2
Deze beslissing over het beslag in de strafzaak betekent dat de klager in zoverre geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. Het beroep moet daarom ook in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. In de beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door diens beslissing over het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 februari 2025.