Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
11 februari 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van circa 4690 hennepplanten en hennepstekken in een gehuurde loods. De verdachte had voorbereidingen getroffen voor een hennepkwekerij, maar was volgens het hof niet betrokken bij de daadwerkelijke kweek.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor 'aanwezig hebben' zoals geformuleerd in eerdere jurisprudentie, waarbij feitelijke macht over de verdovende middelen voldoende is, zonder dat eigendom of beschikkingsbevoegdheid hoeft te worden aangetoond. Het hof had geoordeeld dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de aanwezigheid van de hennep en feitelijke macht kon uitoefenen, omdat hij huurder was, over de sleutel beschikte en toegang had tot de loods.
De Hoge Raad acht dit oordeel niet onbegrijpelijk of onjuist en wijst het cassatiemiddel af. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor de opgelegde taakstraf wordt verminderd van 240 naar 216 uren, en de vervangende hechtenis van 120 naar 108 dagen. De rest van het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor opzettelijk aanwezig hebben van hennep, met vermindering van taakstraf wegens termijnoverschrijding.