Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
11 februari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2024, waarin de verdachte werd veroordeeld voor een grote hoeveelheid ernstige strafbare feiten, waaronder poging tot doodslag op een politieagent door in 2022 met hoge snelheid in te rijden op een politieauto in Velsen-Zuid.
Het beroep werd ingesteld door de verdachte, maar er zijn geen cassatiemiddelen ingediend door zijn advocaat binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad, conform artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de ontvankelijkheidsvereisten voor cassatieberoepen en laat het arrest van het gerechtshof Amsterdam in stand. De opgelegde maatregel in de onderliggende zaak betrof onder meer TBS met voorwaarden.
Het arrest is gewezen door raadsheer C. Caminada en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 11 februari 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.